Ik loop al een tijdje rond met het idee om eens iets over de doop te schrijven. Het is zo’n onderwerp dat af en toe weer boven komt drijven. Dan lees ik er iets over, verdiep ik me er opnieuw in en denk ik hier moet ik nog eens wat mee. Vervolgens verdwijnt het weer naar de achtergrond.
Tot afgelopen weekend.
Bij 45 Minuten, de samenkomsten die door de gezamenlijke NGK-gemeenten in Bunschoten-Spakenburg worden georganiseerd, zou, zo begreep ik, een spreker voorgaan die een nogal uitgesproken voorstander is van de geloofsdoop. Uiteindelijk besloot de kerkenraad van de Maranathakerk de spreker te annuleren. Mijn eigen kerk dus. En om het nog iets dichterbij te brengen, tot een week geleden maakte ik zelf nog deel uit van de kerkenraad.
Ik schrijf dit nu dus nadrukkelijk niet namens de kerkenraad. Ook ga ik geen mogelijke interne afwegingen delen of voor anderen invullen. Ik was bij dit besluit niet meer betrokken en ken dus ook niet alle details. Voor zover ik het begrijp, ging het bovendien niet simpelweg om het feit dat iemand persoonlijk voorstander is van de geloofsdoop. Dat verschil van inzicht bestaat al veel langer en christenen met verschillende doopvisies weten elkaar gelukkig prima te vinden.
Er hebben wel meer mensen gesproken die uit een kerk komen waar de geloofsdoop het uitgangspunt is. Toch begrijp ik dat een gereformeerde kerk ergens een grens trekt wanneer vanaf haar eigen podium een andere doopvisie indirect of actief wordt uitgedragen. Waar die grens precies hoort te liggen, daar kun je best over discussiëren.
En dat gebeurde dus ook. Flink zelfs.
Woorden als ‘farizeeërs’ kwamen voorbij.
Op sociale media las ik kritiek op het besluit. Dat snap ik ten dele. Een kerkenraad is niet onfeilbaar en ouderlingen ontvangen bij hun bevestiging geen bijzondere gave waardoor iedere beslissing voortaan rechtstreeks uit de hemel komt. Dat kan ik na in totaal tien jaar kerkenraadswerk wel bevestigen.
Maar de kritiek ging wel erg ver. Woorden als ‘farizeeërs’ kwamen voorbij. Er werd gesproken over het tegenhouden van het werk van de Heilige Geest. De kerkenraad moest de Bijbel maar eens goed openslaan. En de strekking was ongeveer dat de geloofsdoop niet een doopvisie is, maar gewoon ‘de Bijbelse doop’.
Tja. Dan gebeurt er iets waar ik vaker moeite mee heb. Jouw uitleg van de Bijbel wordt ongemerkt gelijk aan wat God zelf vindt. Wie er anders over denkt, heeft dan niet gewoon een andere interpretatie, maar staat blijkbaar tegenover het Woord van God. Als we vervolgens ook nog gaan bepalen aan welke kant de Heilige Geest staat, blijft er voor een echt gesprek niet zoveel meer over. Dat vind ik jammer. Meer nog, ik vind dat christenen elkaar meer verschuldigd zijn dan dat.
Zeker omdat de kinderdoop nu niet bepaald vorige week in Spakenburg is verzonnen. De kerk doopt al vele eeuwen kinderen. Bij de Reformatie werd vervolgens ongeveer de complete rooms-katholieke kerkelijke inboedel omgekeerd om te kijken wat er vanuit de Schrift wel en niet houdbaar was. Luther brak op fundamentele punten met Rome, Calvijn eveneens. Toch hielden zij vast aan de kinderdoop. De gereformeerde kerken kennen de kinderdoop vanaf hun ontstaan en hebben die ook altijd vanuit de Bijbel verdedigd.
Wel heb ik geregeld gedacht dat de geloofsdoop op het eerste gezicht sterke papieren heeft.
Bewijst dit dat de kinderdoop dus juist is? Nee. Een traditie wordt niet waar omdat ze nu eenmaal traditie is. Anders hadden we die hele Reformatie net zo goed kunnen overslaan. Maar het maakt de stelling dat een gereformeerde kerk met haar doopvisie simpelweg tegen de Bijbel ingaat wel erg gemakkelijk. Alsof al die generaties christenen hun Bijbel nooit serieus hebben opengeslagen.
Zelf heb ik in verschillende periodes van mijn leven opnieuw naar die vraag gekeken. Ik ben de gereformeerde kerk altijd trouw gebleven en heb nooit een punt bereikt waarop ik dacht dat die kinderdoop zo snel mogelijk afgeschaft moest worden. Wel heb ik geregeld gedacht dat de geloofsdoop op het eerste gezicht sterke papieren heeft. Het Nieuwe Testament laat immers vaak mensen zien die het evangelie horen, geloven en vervolgens gedoopt worden. Eerst geloven, dan dopen. Heel logisch.
De laatste vijf à zes jaar ben ik steeds meer de rijkdom van de kinderdoop gaan zien. Niet vanwege één Bijbeltekst waarmee je de discussie in vijf minuten kunt beslechten. Die ken ik niet. Het zit voor mij veel meer in de grote lijn van de Bijbel.
Wij denken ontzettend individueel. Mijn geloof. Mijn keuze. Mijn beslissing om Jezus te volgen. Daar is op zichzelf niets mis mee, want niemand kan voor mij geloven. Maar de Bijbel denkt opvallend vaak vanuit een groter verband. God roept Abraham en heeft het meteen over zijn nageslacht. Hij vormt een volk. Kinderen horen bij dat volk zonder dat iemand eerst vraagt of ze daar op hun achttiende nog steeds achter staan. Gezinnen en generaties doen ertoe.
Het wordt tot die gemeenschap gerekend. Zoals kinderen in het oude Israël erbij hoorden voordat zij zelf ook maar konden uitleggen wie Abraham, Mozes of de God van Israël waren.
Dat betekent ook dat er verschil zit tussen een kind dat geboren wordt in een christelijk gezin en iemand die buiten het geloof opgroeit en later tot geloof komt. In de gereformeerde doopvisie wordt die laatste natuurlijk niet zomaar gedoopt. Die leert Christus kennen, belijdt het geloof en wordt daarna gedoopt. Precies het patroon dat we zo vaak in Handelingen lezen.
Maar een kind van gelovige ouders begint op een andere plek. Niet omdat zo’n kind automatisch gelooft, maar omdat het geboren wordt binnen een gezin en een gemeente waarin Gods verbond al klinkt. Het wordt tot die gemeenschap gerekend. Zoals kinderen in het oude Israël erbij hoorden voordat zij zelf ook maar konden uitleggen wie Abraham, Mozes of de God van Israël waren. Juist dát ben ik steeds mooier gaan vinden.
Over de vorm van de doop ben ik trouwens minder traditioneel. Persoonlijk vind ik dopen door onderdompeling mooier en ook Bijbelser dan besprenkelen. In onze kerk zijn weleens baby’s door onderdompeling gedoopt en dat vond ik prachtig om te zien. Voor een baby hoeft dat overigens geen enge ervaring te zijn. Als het rustig en zorgvuldig gebeurt, kan dat kennelijk prima.
Onlangs las ik het boekje Waarom ik baby’s doop van Jos Strengholt. Zijn verhaal intrigeerde mij, juist omdat hij de omgekeerde weg heeft afgelegd. Strengholt was overtuigd baptist, liet zich op zijn zeventiende dopen en liet zijn eigen kinderen aanvankelijk bewust niet als baby dopen. Hij kende de geloofsdoop dus niet alleen uit een boekje. Het was zijn eigen overtuiging.
Ik hoef de kinderdoop niet te verdedigen door bewijs sterker te maken dan het is.
Langzaam veranderde hij van gedachten. Niet omdat persoonlijk geloof voor hem minder belangrijk werd, maar omdat hij steeds meer ging zien hoe individualistisch wij de Bijbel soms lezen. God verzamelt niet alleen losse gelovigen. Hij vormt een volk en werkt door gezinnen en generaties heen.
Als in Handelingen staat dat een heel huishouden werd gedoopt, weten we natuurlijk niet zeker of daar een baby bij zat. Maar de kans dat er (kleine) kinderen bij waren is vrij groot. En ja, met historische argumenten over de eerste eeuwen van de kerk moeten we voorzichtig zijn. Ik hoef de kinderdoop niet te verdedigen door bewijs sterker te maken dan het is. Maar zijn grote lijn spreekt mij aan.
Een veelgehoord argument tegen de kinderdoop is dat een baby helemaal niet kan geloven of zelf kan kiezen. Klopt. Maar ik weet inmiddels niet meer of dat argument tegen de kinderdoop pleit, of misschien juist iets van haar betekenis blootlegt. Want wat als Gods handelen niet bij mijn keuze begint?
Een baby begrijpt niets van de doop. Heeft niets gepresteerd. Kan geen geloofsbelijdenis afleggen en geen indrukwekkend getuigenis geven. Toch wordt juist over dat kind Gods Naam uitgesproken. Later zal het zelf moeten antwoorden, zelf moeten geloven en zelf Jezus moeten leren volgen. Natuurlijk. De doop is geen levenslange garantie dat het met je geloof wel goed zit. Maar God was er eerder. Dat vind ik een prachtige gedachte.
Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen, en wanneer iemand tot geloof komt en zich aan Christus wil toewijden, is dat iets om diep dankbaar voor te zijn.
Daarmee wil ik de geloofsdoop helemaal niet verdacht maken. Ik begrijp waarom mensen daarvoor kiezen en ik ken prachtige verhalen van mensen voor wie hun doop na hun bekering, ook al waren ze als kind al gedoopt, een diep moment met God was. Ik wil zelfs niet beweren dat alle gereformeerde argumenten sterker zijn dan alle baptistische. Zo simpel is het niet.
Maar juist rond zulke verschillen wordt het woord ‘interkerkelijk’ ingewikkeld. Eind juni hield Stichting Presence op vrijdagavond een evangelisatieactie op het Spuiplein. Eind augustus volgde op een zaterdag een stranddienst die nadrukkelijk als interkerkelijk en verbindend werd aangekondigd. Bij beide bijeenkomsten bestond de mogelijkheid om je te laten dopen. Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen, en wanneer iemand tot geloof komt en zich aan Christus wil toewijden, is dat iets om diep dankbaar voor te zijn.
Toch schuurt hier iets. Ik las dat de organisator van die vrijdagavond zei dat Presence interkerkelijk wil zijn, maar op de doop geen concessies wil doen. Dat is helder, maar het betekent in de praktijk dat op een interkerkelijke bijeenkomst één doopvisie leidend wordt. Juist in een dorp met veel kerken, waar dit gevoelig ligt, is dat geen neutrale keuze. Waarom mensen die tot geloof komen of over de doop gaan nadenken niet doorverwijzen naar een van de plaatselijke kerken? Daar kan het gesprek zorgvuldig worden gevoerd, kan iemand worden begeleid en kan de doop plaatsvinden binnen een gemeente die ook daarna om hem of haar heen staat. Wie de doop direct aan zo’n evenement koppelt, dwingt niemand letterlijk, maar stuurt wel naar een bepaalde keuze. Ook iemand die als kind al werd gedoopt, kan dan gemakkelijk de boodschap meekrijgen dat dit de passende volgende stap is. Die overtuiging mag er zijn, maar noem zo’n bijeenkomst op dit punt dan niet zonder meer interkerkelijk.
Maar juist daarom storen de harde woorden van dit weekend mij. Je mag het besluit van onze kerkenraad verkeerd vinden. Je mag daar kritisch over zijn. Je mag zelfs volledig overtuigd zijn dat de geloofsdoop Bijbels gezien de beste papieren heeft. Maar zodra de ander een farizeeër wordt die de Heilige Geest tegenhoudt en eigenlijk zijn Bijbel eens moet gaan lezen, heb je niet alleen je standpunt verdedigd. Dan heb je ook alvast bepaald hoe het met het geloof en de gehoorzaamheid van die ander zit.
...dat mijn keuze niet het begin van het verhaal is.
Misschien kunnen we beter eerst proberen te begrijpen waarom die ander leest zoals hij leest. Niet omdat waarheid er niet toe doet, maar juist omdat niemand van ons die waarheid volledig in zijn broekzak heeft. Iets meer terughoudendheid is dan geen teken van zwakte. Het kan ook betekenen dat je een broeder of zuster lief genoeg hebt om werkelijk te luisteren.
Mijn vorige blog ging daar eigenlijk al over. Onze uitleg, onze traditie, Gods waarheid.
En wat de doop betreft? Ik zie de kinderdoop op dit moment rijker dan ooit. Niet omdat mijn persoonlijke keuze voor God er minder toe doet, maar omdat ik steeds meer ben gaan beseffen dat mijn keuze niet het begin van het verhaal is.
God was mij voor.
In het water van de doop,
zien wij hoe God zelf belooft,
dat zijn Naam voorgoed aan ons verbonden is.
Water dat getuigt en spreekt,
van de hoop die in ons leeft,
dat Gods liefde voor ons niet veranderd is.
Eén met Christus in zijn dood,
gaan wij onder in de doop,
overtuigd dat er bij Hem vergeving is.
Eén met Christus, ingelijfd,
staan wij op van schuld bevrijd,
in een leven dat voorgoed veranderd is.
Met de Heer begraven en weer opgestaan,
om voor Hem te leven, Jezus’ weg te gaan.
Uit het water van de doop,
putten wij geloof en hoop,
dat Gods trouw en liefde blijvend is.
Dat Gods trouw en liefde blijvend is.
In zijn lichaam ingelijfd:
Christus’ kerk die wereldwijd,
is geroepen om een beeld van Hem te zijn.
Mensen overal vandaan,
die de weg van Christus gaan,
om vernieuwd voor Hem te leven, vrij te zijn.
(© Doop - Sela)